Voordat we uitgebreid ingaan op krachttraining binnen het voetbal, zullen we eerst kijken naar wetenschappelijk bevindingen met betrekking tot krachttraining en sportprestaties…
Het trainen van maximaalkracht in de Squat (een krachtoefening voor de benen) verbetert het resultaat van sportspecifieke (veld)testen, zoals…
- De Counter Movement Jump (CMJ) voor het bepalen van o.a. de spronghoogte.
- Acceleratie over 10m.
- De maximale sprintsnelheid.
- De T-test, een zgn. agility-test voor het bepalen van de beweeglijkheid/ behendigheid in de kleine ruimte.
Sportspecifieke acties (springen, starten, sprinten, wenden en keren) zijn dus gebaat bij een toename van maximaalkracht in de squat (McBride et al., 2009; Peterson et al., 2006; Wisløff, Castagna, Helgerud, Jones & Hoff, 2004).
Het trainen van snelkracht en explosiefkracht verbetert het piekvermogen van een sporter, oftewel het maximale vermogen in kracht dat een sport in een korte tijd kan produceren, bijv. tijdens een sprong, een korte sprint of een snelle richtingsverandering.
Dit piekvermogen in kracht staat ook wel bekend als Peak Power Output (PPO). In de wetenschappelijke- en trainingsliteratuur wordt “Peak Power Output” gezien als de “key factor in elite sports performance”. Vrij vertaald: “het piekvermogen is de sleutel tot maximale sportprestaties”.
(Baker & Newton, 2008; Peterson, Alvar & Rhea, 2006)
Krachttraining vermindert het risico op blessures (Bahr & Holme, 2003; Lehnhard et al., 1996).
Gezien het overtuigende bewijs zou krachttraining een vast onderdeel moeten vormen van een trainingsweek binnen het voetbal, zeker binnen het profvoetbal. Helaas zijn er slechts een beperkt aantal profclubs in Nederland die structureel aandacht schenken aan krachttraining. En dan bedoel ik echte krachttraining! Een gemiste kans!! Maar daarover meer vanaf het volgende blog.
Tenslotte verwijs ik graag naar het review artikel van Silva et al. (2015) over het belang van krachttraining in het voetbal.
Referenties
Bahr, R., & Holme, I. (2003). Risk factors for sports injuries – a methodological approach. British Journal of Sports Medicine, 37, 384-392.
Baker, D.G., & Newton, R. U. (2008). Comparison of lower body strength, power, acceleration, speed, agility, and sprint momentum to describe and compare playing rank among professional rugby league players. Journal of Strength and Conditioning Research, 22, 153-158.
Lehnhard, R. A., Lehnhard, H. R., Young, R., & Butterfield, S. A. (1996). Monitoring injuries on a college soccer team: the effect of strength training. Journal of Strength and Conditioning Research, 10, 115-119.
McBride, J. M., Blow, D., Kyirby, T. J., Haines, T. L., Dayne, A. M., & Triplett, N. T. (2009). Relationship between maximal squat strength and five-, ten-, and forty-yard sprint times. Journal of Strength and Conditioning Research, 23, 1633-1636.
Peterson, M. D., Alvar, B. A., & Rhea, M.R. (2006). The contribution of maximal force production to explosive movement among young collegiate athletes. Journal of Strength and Conditioning Research, 20, 867-873.
Silva J. R., Nassis G. P., & Rebelo A. (2015). Strength training in soccer with a specific focus on highly trained players. Sports Medicine – Open, 1:17, doi: 10.1186/s40798-015-0006-z.
Wisløff, U., Castagna, C., Helgerud, J., Jones, R., & Hoff, J. (2004). Strong correlation of maximal squat strength with sprint performance and vertical jump height in elite soccer players. British Journal of Sports Medicine, 38, 285-288.
Reactie plaatsen
Reacties