In deze blog zullen we conclusies trekken op basis van de gegevens uit het vorige blog. Laten we de tabel met data nogmaals bekijken…
Uit de tabel wordt duidelijk dat de kleine partijvormen de hoogste intensiteit hebben, maar dat er tegelijkertijd sprake is van een beperkte omvang. De grote partijvormen hebben daarentegen een iets lagere intensiteit, echter de omvang is vele malen groter. En dus ligt de trainingsbelasting van de kleine partijvormen lager dan die van de grote partijvormen. Spelers hebben dan ook meer tijd nodig om volledig te herstellen van de grote partijvormen. Iets waar we als trainers in de praktijk zeker rekening mee dienen te houden.
Let op!
De intensiteit en trainingsbelasting van de middelgrote partijvormen liggen precies tussen die van de grote en kleine partijvormen in. Je zou dan ook op basis van deze cijfers verwachten dat de middelgrote partijvormen meer hersteltijd nodig hebben dan de kleine partijvormen. In de praktijk is dit echter niet het geval. Voor de hersteltijden moeten we namelijk ook rekening houden met de belasting van die partijvormen op andere inwendige organen dan de hart- en longfunctie alleen.
Tijdens de kleine partijvormen zijn spelers continu in de weer: ze zullen niet alleen veel duels aangaan, ze moeten daarnaast ook veel wenden en keren, explosief wegdraaien van de directe tegenstander en daarnaast ook veel start- en afremmomenten ondergaan. Al deze activiteiten op hoge intensiteit zullen tot meer microbeschadigingen op spier- en peesniveau leiden dan bij het spelen van middelgrote partijvormen. Voor het herstel zullen we dus rekening moeten houden met alle inwendige organen die een rol spelen tijdens sportactiviteiten.
Ter indicatie geven we hieronder een overzicht van de hersteltijden voor een wedstrijd en de verschillende partijvormen...
- Wedstrijd : ca. 72 uren
- Grote partijvormen : ca. 60 uren
- Middelgrote partijvormen: ca. 36 uren
- Kleine partijvormen: ca. 48 uren
Let wel, dit overzicht is slechts een indicatie, niet meer en niet minder!
De daadwerkelijke hersteltijden zijn o.a. afhankelijk van:
- De toegepaste variabelen.
- De fysieke gesteldheid (en dus belastbaarheid) van de spelers.
Fittere spelers zijn belastbaarder en zullen dan ook sneller herstellen van eenzelfde prikkel.
- De herstelmaatregelen die genomen worden.
De kwaliteit van de herstelmaatregelen, bijv. actief vs. passief herstel.
- De kwaliteit van de dagelijkse voeding.
- Enz.
Maar daarover later meer.
Reactie plaatsen
Reacties