Zoals we in blog 18 al hadden opgesomd, kunnen we naast de partijvormen ook een aantal andere trainingsmiddelen gedurende de trainingsweek inzetten, waaronder…
- Positiespelen
- Pass- en trapvormen
- Afwerkvormen
Daarnaast is er -vooral op de hogere voetbalniveaus- gedurende de week ook aandacht voor “algemene” trainingsmiddelen, zoals…
- Krachttraining
- Snelheidstraining
- Individuele programma´s (blessurepreventief en/of prestatief)
We zullen in de komende blogs deze trainingsmiddelen bespreken, zodat iedereen een juiste afweging kan maken in zijn/haar keuzes gedurende de trainingsweek. In de blog van vandaag trappen we af met de positiespelen...
Net zoals bij de partijvormen kunnen we de intensiteit van de positiespelen positief beïnvloeden door het nemen van dezelfde maatregelen, die we eerder al uitgebreid hebben besproken: de spelregels (blog 22), de relatieve veldgrootte en spelersaantallen (blog 23, 24, 25, 26 en 27), de trainingsvariabelen en de manier van coachen (blog 28). We komen in dit blog dan ook niet meer terug op deze maatregelen, maar gaan de positiespelen op een andere manier belichten.
Als er één topclub in Europa veel belang hecht aan positiespelen gedurende de trainingsweek, dan is dat wel FC Barcelona. Met de komst van Johan Cruijff als coach van het eerste elftal (1988) ontstond er een nieuwe voetbalfilosofie, die in overeenstemming was met de identiteit van deze grote club. Het spelidee dat Cruijff introduceerde was gebaseerd op de organisatie van spelers in het veld, die op zijn beurt afhankelijk was van de balpositie. Dit spelidee bevatte een aantal belangrijke kenmerken die door training bij spelers ontwikkeld en geoptimaliseerd moest worden…
- Spelers moeten op verschillende posities staan waardoor het makkelijker wordt om passlijnen te creëren.
- Het is daarbij fundamenteel dat spelers breed uit elkaar staan (rol voor de backs en vleugelspelers), zodat er vrije ruimtes ontstaan in het centrum.
- Spelers passen niet zomaar; ze weten wanneer te dribbelen en wanneer te passen.
- Dribbelen maakt het mogelijk om tegenstanders aan te trekken, waardoor medespelers vrijkomen.
- Het concept van 'continu een vrije man creëren' is dan ook essentieel.
- Er worden voortdurend pass-driehoeken gevormd om het spel met de 'derde man' mogelijk te maken.
- Een fundamenteel principe van dit spelidee is dat de bal uit de drukzone komt.
- Balbezit heeft prioriteit, want dit balbezit zal de tegenstander ontregelen en verwarren en dus hun tactisch plan verstoren.
- Momenten mét en zónder bal staan daarbij niet los van elkaar, ze horen samen. Wel bepaalt de aanvallende gedachte uiteindelijk het spel.
- Het algemene idee is om -bij balverlies- gelijk een numeriek overwicht te hebben achter de speler die probeert de bal te heroveren.
- Dus zal het team, wanneer het de bal verliest, compact moeten staan om de bal snel te kunnen heroveren.
- Het is dan ook essentieel dat een numeriek overwicht wordt opgebouwd vanaf de laatste linie tot aan de voorste linie.
- Positiespel zorgt ervoor dat spelers, posities en de bal samen bewegen.
In het volgende blog zullen we de trainingsprincipes bespreken die uit dit spelidee voortvloeien.
Reactie plaatsen
Reacties